Wetenschappers willen in elkaars keuken kijken

24 november 2011

‘E-Science’ wordt het genoemd: een wereld waarin wetenschappers vrij over de gegevens kunnen beschikken die een ander heeft verzameld. Maar dan moeten onderzoekers hun data wel met collega’s willen delen.

‘E-Science’ wordt het genoemd: een wereld waarin wetenschappers vrij over de gegevens kunnen beschikken die een ander heeft verzameld. Maar dan moeten onderzoekers hun data wel met collega’s willen delen.

Iedereen wordt er beter van als wetenschappers in elkaars keuken kunnen kijken. De wetenschap moet het nu doen met kant-en-klare gerechten, opgediend als artikel in een vakblad. Maar welke ingrediënten liggen eraan ten grondslag? Welke schotels worden nooit opgediend?

Wetenschappers zien zelf de meerwaarde van een gezamenlijke keuken. Waarom tijdrovend onderzoek overdoen dat een collega al heeft gedaan terwijl je kunt voortborduren op diens gegevens? Een rondgang langs een tiental hoogleraren uit verschillende vakgebieden maakt duidelijk dat zij hun onderzoeksgegevens graag beschikbaar stellen. Mondiale databanken bestaan al: genetici beschikken over ‘genbanken’ waar ze DNA-volgordes kunnen raadplegen, aardwetenschappers kunnen voor datasets terecht bij de vanuit Duitsland gerunde website Pangea.

DANS
In Nederland bundelen onderzoekfinancier NWO en het genootschap van topwetenschappers KNAW sinds 2005 tal van cijferbergen op de website van DANS. Dit instituut was bedoeld voor de sociale- en geesteswetenschappen, maar de initiatiefnemers hebben zich voorgenomen de bakens te verzetten: zo is DANS in gesprek met het datacentrum van de drie technische universiteiten. Directeur Peter Doorn brengt in herinnering hoe de eerste voorganger van DANS ooit begon met het verzamelen van computerponskaarten. ‘Eigenlijk is het delen van data al heel lang gaande,’ zegt hij. ‘En nu raakt het in een stroomversnelling.’

Maar voorlopig is de praktijk weerbarstig, blijkt uit enquêtes onder wetenschappers. Daarin geeft 60 procent aan graag gegevens van anderen te willen gebruiken maar slechts 25 procent wil eigen ruwe data beschikbaar stellen. Volgens een andere studie stuurt slechts 15 procent van de onderzoekers bij een vakartikel de ruwe cijfers mee.

Praktijk
Deels komt dat door praktische bezwaren – het kan een hele klus zijn ruwe meetgegevens geschikt te maken voor een databank – maar belangrijker is de psychologie, denkt Eefke Smit, directeur ‘standaarden en technologie’ bij de internationale vereniging van wetenschappelijke uitgeverijen STM. ‘Wetenschappers koesteren doorgaans voor twee dingen diepe angst. Dat iemand anders een foutje ontdekt in wat ze hebben gedaan, en dat iemand anders met de door hen vergaarde gegevens mooiere resultaten behaalt of iets ontdekt wat zijzelf over het hoofd zagen.’

Meer informatie
Neem voor meer informatie contact op met DANS.

Heb je vragen over dit bericht?

Je naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.