Infrastructuur voor taalonderzoek

28 oktober 2011

Het onlangs verschenen boek “Language Variation Infrastructure. Papers on selected projects” illustreert hoe rijk geschakeerd een infrastructuur voor onderzoek kan zijn.

Taalvormen en beschikbare bronnen
Het eerste artikel beschrijft het belang van GIS-software voor historische taalkunde: waar treedt een bepaalde “nieuwe” taalvorm op, hoe verbreidt die zich en hoe bepaal je de relatieve ouderdom van taalvormen A en B? Ook op papieren kaarten kun je taalverschijnselen intekenen, maar met digitale kaarten zijn uiteenlopende informatiebronnen eenvoudiger te combineren, zoals archeologische data en druk bewandelde pelgrimsroutes.

Andere artikelen beschrijven een corpus met opnames van Scandinavische dialectsprekers dat op uiteenlopende manieren doorzocht kan worden en een database met zinsconstructies in het Catalaans en het Spaans, om microvariatie tussen deze nauw verwante talen te bestuderen.
Een andere, belangrijke infrastructurele component betreft een webportal met bibliografische informatie over taalbeschrijvingen. Gegeven het bestaan van pakweg 7000 natuurlijke talen, is één toegang tot bijvoorbeeld alle woordenboeken al heel praktisch.

Resultaat van workshop
De bundel is het resultaat van een “Workshop on research infrastructure for linguistic variation (RiLiVS)” die de universiteit van Oslo eind 2009 heeft georganiseerd. Zoals hoogleraar Janne Bondi Johannessen in de inleiding stelt, is taalvariatie bij uitstek een domein dat profiteert van digitale bronnen, om empirische uitspraken te kunnen doen èn ze te laten verifiëren.

Meer informatie
Het boek is gepubliceerd als Oslo Studies in Language, Vol 3, No 2 (2011) en is kosteloos te downloaden in PDF format.

Heb je vragen over dit bericht?

Je naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.