Gesloten datacultuur voedingsbodem voor wetenschappelijke fraude

12 september 2011

Onder psychologen heerst een opmerkelijk gesloten datacultuur. Waar geen mogelijkheden bestaan om data te controleren, kan manipulatie van onderzoeksgegevens gemakkelijk onopgemerkt blijven. Dat een onderzoeker zijn onderzoeksgegevens verzint is natuurlijk een exces. Maar dat zelfs zijn naaste collega’s, met wie hij samen publiceert, geen argwaan koesteren, is een symptoom van de gesloten datacultuur.

Data Archiving and Networked Services (DANS), het instituut van KNAW en NWO voor duurzame toegang tot digitale onderzoeksgegevens, publiceerde vorig jaar het boekje “Data: voer voor psychologen” over de attitude van academisch psychologen ten opzichte van hun onderzoeksdata. Uit de studie bleek dat psychologen nauwelijks een traditie hebben in het “delen van data”, en dat begrippen als “open data” en “open access” met achterdocht worden bezien.

In veel andere vakgebieden is data delen al jaren gemeengoed (zoals onder kwantitatieve sociologen), of is dat recent geworden (zoals onder archeologen).

Dataverkenning psychologie
De dataverkenning van DANS laat zien dat er grote verschillen bestaan tussen disciplines binnen de psychologie in hun kijk op het delen en archiveren van data. Zo hebben psychologen die zich met bijzondere populaties bezighouden, met grote datasets werken of longitudinaal onderzoek doen, meer aandacht voor en belang bij het beschikbaar stellen van data dan hun collega’s die vooral experimenteel onderzoek doen.

Ondanks grote verschillen in opvattingen binnen de academische psychologie, overheersen de argumenten om de onderzoeksdata alleen voor eigen gebruik te houden. Dat is niet alleen in Nederland zo, maar ook in de VS. Dit strookt niet met de gedragscode van de beroepsvereniging APA (American Psychological Association) om data voor verificatie beschikbaar te stellen als deze met publieke middelen is gefinancierd.

Sommige psychologen zijn wel vertrouwd met het beschikbaar stellen en/of hergebruiken van data, aldus het rapport. Het gaat dan meestal om afspraken die van te voren zijn gemaakt en om individuele verzoeken – niet om het algemeen beschikbaar maken voor verder wetenschappelijk gebruik of controle. Is het onderling delen van data al weinig ingeburgerd onder psychologen, dat geldt nog sterker voor het duurzaam archiveren ervan. Back-ups maken van onderzoeksdata is gemeengoed. Echter bij gebrek aan systematisch datamanagement of voldoende middelen voor archivering, raken databestanden en back-ups op den duur niet zelden zoek of blijken onbruikbaar.

Wake-up call
De affaire Stapel is een wake-up call voor de Nederlandse psychologie. Een eerdere poging van DANS om samen met vertegenwoordigers van de academische psychologie een symposium te organiseren over het delen van data op dit vakgebied, sneuvelde bij gebrek aan belangstelling onder de doelgroep. Uiteraard schreeuwt de affaire Stapel om dat symposium alsnog te houden. Data delen is nu een must geworden voor iedere zichzelf respecterende wetenschapper.

Meer informatie
Bekijk de publicatie Data – Voer voor psychologen. Archivering, beschikbaarstelling en hergebruik van onderzoeksdata in de psychologie van Caroline Voorbrood m.m.v. Heleen van Luijn online. Neem voor meer informatie contact op met DANS.

Bekijk eveneens de video Openheid rem op fraude van Tjebbe Vennema, Universiteit van Amsterdam.

Heb je vragen over dit bericht?

Je naam(Vereist)
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.